Karper Biologie  
   
De karper: zijn gedrag en manier van azen
In het belang van de karper, is het vrij belangrijk dat je de aasgewoontes van de karper goed kent. De karper heeft een aantal belangrijke organen aan de onderzijde van het lichaam. Wanneer deze door onzorgvuldig handelen worden beschadigd, dan kan de karper hier blijvend letsel aan over houden. Behandel de karper daarom op een juiste manier. Zowel bij het landen van de karper, doe dit ook wanneer je met de vis karper op de foto gaat. Gebruik bij het landen van de karper een ruim net met fijne mazen en altijd een onthaakmat. Bij het maken van een foto houd dan de karper niet te ver boven de grond en altijd boven je onthaakmat.....

Een karper heeft voor zijn voedselopname de volgende zintuigen tot zijn beschikking:
- Zicht: voedsel ontdekken met zijn ogen.
- Aanraking: voedsel onderzoeken met zijn baarddraden of buik.
- Gehoor: geluid onderscheiden via de zwemblaas of de laterale lijn.
- Reuk: voedseldeeltjes ontdekken qua geur, naast gehoor of aanraking.
- Smaak: onderscheid kunnen maken tussen verteerbaar en onverteerbaar voedsel.

De karper is een echte allesvreter, die zowel plantaardig (planten) als dierlijk voedsel (mosseltjes, kreeftjes, larven etc.) tot zich neemt. Het menu van de karper hangt met name af van het beschikbare voedsel in z'n directe leefomgeving. Maar ook de voedingswaarde is iets waar eisen aan worden gesteld. Naast onze boilies en partikels leven ze ook van larven, slakjes, mossetjes en kreeftjes. Er kan worden gesteld, dat hoe warmer het water des te meer een karper eet. De reden hiervoor is dat hoe warmer het water hoe sneller de stofwisseling verloopt. Boven een watertemperatuur van 20 graden Celsius, verloopt de vertering twee keer zo snel als bij een watertemperatuur van 10 graden Celsius. Wanneer het water te warm wordt, (boven de 25C) ontstaat er vaak zuurstofgebrek in het water, wat de eetlust van de karper niet ten goede komt. Karpers wennen overigens vrij gemakkelijk aan onnatuurlijk voedsel. Enkele dagen voeren met wat partikels en/of boilies of een ander nieuw aas is al voldoende om succes te boeken. Op onbeviste wateren, waar een grote hoeveelheid natuurlijk voedsel te vinden is, kan het veel langer duren voordat de karpers van hun natuurlijke dieet afstappen.

Karpers zijn omnivoren, wat betekent dat ze koudbloedig zijn. Tevens heeft de karper geen maag, alles wat wordt opgegeten, gaat direct het darmkanaal van de karper in. Hierdoor is het belangrijk, dat het voedsel van wat ze eten goed uitgebalanceerd is. Bij verkeerd voedsel kan dit leiden tot de dood van de karper. Karpers zullen alles wat ze tegenkomen en wat ook maar enigszins op voedsel lijkt, onderzoeken. Net zoals mensen kunnen karpers voedsel volledig evalueren voor ze tot eten overgaan. Karpers onderzoeken hun voedsel meestal via de orale weg. Een andere onderzoeksmethode die de karper hanteert is, om ertegenaan te blazen. Wanneer het voedsel als een blok beton op de bodem blijft liggen, zal de karper niet snel tot eten overgaan. Wanneer het voer echter vrij beweegt en de karper er vrij mee kan "spelen", is de kans veel groter dat het voedsel wordt geaccepteerd. Grote karpers, kunnen dit aas soms over een afstand van 30 cm. verplaatsen afhankelijk van de vorm en grootte van het aas. Met name karpers die al een paar keer zijn gevangen zullen deze methode gebruiken om te kijken of er geen gevaar schuilt achter die voedseldeeltjes die niet vrij zijn meegekomen.

Hoe nemen karpers voedsel tot zich?
De karper stulpt zijn brede bek volledig uit en met een licht zuigende beweging, neemt hij het voedsel tot zich. Bij deze manier van voedselopname, zal een grote hoeveelheid water in zijn bek verdwijnen. De karper sluit zijn bek om de voedseldeeltjes binnen te houden en automatisch wordt de overvloed aan water in zijn bek afgevoerd naar de kieuwen. Deze filteren het water op voedsel en zuurstof. Hierdoor nemen de karpers vrijwel alleen kleine voedseldeeltjes tot zich. Deze manier van opzuigen en uitspuwen bij karpers varieert van water tot water en uiteraard ook per karper. Uiteraard geldt, hoe groter de karper des te meer water hij in 1 keer kan opnemen en filteren.

Haakmethodes
Als de karpers niet aan de kant azen, waardoor je dus niet kunt zien hoe ze het voedsel tot zich nemen, moet je gaan gissen. Door ervaring zal je in de loop der tijd het aasgedrag van de karper op bepaalde wateren kunnen gaan voorspellen. Er valt vrij veel te leren aan de manier van haken op de plaats waar de vis wordt gevangen. Daarom is het misschien niet verkeerd, om de manier van haken van de karper bij te gaan houden. Hieronder volgen een aantal veel voorkomende hakingen van karpers.

Gehaakt in de onderlip:
Dit lijkt op een wantrouwige karper. Een uitgebreid voedselonderzoek is hier aan voorafgegaan. Waarschijnlijk is ieder voedseldeeltje afzonderlijk in de bek genomen en zorgvuldig onderzocht. Op het moment dat de onderlijn zich strak trok, heeft de haak zich vastgezet in de onderlip van de karper.

Gehaakt diep in de bek:
De karper is zeer vertrouwd met het voedsel en het aas werd onmiddellijk tot diep in de bek gezogen. Door het wegzwemmen wordt de karper gehaakt.

Gehaakt in de zijkant van de bek:
De karper neemt het aas in zijn bek en zwemt weg, opzoek naar meer voedsel. Hierdoor strekt de onderlijn zich en vond de inhaking in de zijkant van de bek plaats. Ook dit is een teken van azen waarbij de karper vertrouwd is met het aas.

Gehaakt in de bovenlip of de uiterste rand van de onderlip:
De karper heeft geprobeerd om het aas snel uit te spuwen waarschijnlijk omdat er argwaan is gewekt door het aas. De karper spuugt het aas snel uit en zwemt snel weg. Hierdoor heeft de haak zich niet goed gezet. Ook dit is een teken van wantrouwigheid.

Gehaakt buiten de bek:
De karper heeft het aas uitgespuwd en tijdens het uitspuwen heeft de haak zich vastgezet in de buitenkant van de bek. Ook dit is een teken van zeer weinig vertrouwen in het aas.

Gehaakt in de buik:
Er bestaat een theorie, dat de karper naast zijn bekdraden, het voedsel onderzoekt met zijn buik. Dit doet hij door er heel dicht overheen te zwemmen om zo te onderzoeken of het aas vertrouwd is.

Losgeschoten:
Met losschieten bedoelen we, wanneer de haak vrijkomt tijdens het drillen of tijdens de aanbeet. Hiervoor zijn een aantal oorzaken te bedenken: De karper wantrouwt het aas en is daardoor dus niet goed gehaakt, of het is een fout in het materiaal (onderlijnconstructie).

Factoren die het aasgedrag kunnen be´nvloeden:
Het is onmogelijk om precies te zeggen hoe karpers op diverse wateren zullen azen. Het aasgedrag van de karper wordt door diverse factoren bepaald. De belangrijkste factoren zijn:

Kenmerken van de karper zelf, zoals de vorm van de bek, het gewicht enz.
Als de karpers een aantal keren op een bepaald aas is gevangen, dan zal het aasgedrag wel degelijk veranderen om niet meer zo snel gehaakt te worden.
Wanneer het betreffende water onder hoge hengeldruk staat en de karpers overal vislijnen tegenkomen, zullen ze eerder overgaan tot een voorzichtige manier van azen. Dit kan o.a. inhouden, dat de aastijden veranderen.
Het vertrouwen van de karpers in het aas. Als de karper het aas aantrekkelijk vindt en in de loop der tijd geleerd heeft dat het aas niet gevaarlijk is, dan zal hij er met veel vertrouwen op azen. Heeft het aas in het verleden echter voor grote problemen gezorgd, dan zal de karper het aas zeer voorzichtig benaderen of zelfs volledig negeren.
De Aastijden / Periodes van de karper

Een karper is een echte kantvis. Simpelweg omdat daar vaak ook het nodige voedsel te vinden is. Overhangende struiken, waterplanten, bruggen, duikers, eilanden, sluizen e.d. zijn plekken waar de karpers graag komen. Ook zijn karpers vaak te vinden op overgangen van ondiep naar diep water. Maar ook zandbanken, plateaus, en harde stukken op een (modder) bodem trekken de karpers zeer aan. Ook de wind speelt een grote rol bij karpers om zich schuil te houden, dit geldt vooral op grotere wateren. Een vrij zekere stelregel is, dat de kant waar de wind opstaat, meestal de kant is waar je de karpers kunt vinden, dit geldt zeker wanneer de wind uit een zuid -tot westhoek komt. Komt de wind daarentegen uit de noord / noord-oost hoek, dan is met name in de winter en het voorjaar de warme kant een plaats waar karpers te vinden zijn.

Karpers kunnen eigenlijk op elk moment van de dag azen. Factoren waar het afhankelijk van kan zijn, zijn o.a. het weer, het jaargetijde maar ook de hengeldruk op een bepaald viswater. Toch kan worden gesteld, dat vooral de avond, nacht en vroege ochtenduren favoriete tijden zijn. Maar er zijn ook wateren waar de karper alleen overdag aast. Karpers azen niet 24 uur per dag, maar slechts een paar uur per dag, verdeeld over meerdere (korte)aasperioden. De karper heeft daar op elk water wel een bepaald patroon in. Dit patroon kan worden aangepast, wanneer er bijvoorbeeld s'avonds veel hengeldruk is. De karper zal dan zijn aasperiode verleggen. Vooral in polders en minder druk beviste wateren, aast de karper vaak pas tegen het einde van de ochtend, de tijd dat de zon het water voldoende hebben opgewarmd.

De karper in de verschillende jaargetijden.
In de zomer zullen de karpers meer azen dan in de winter. Hierdoor zullen ze het aas in de zomer met meer vertrouwen tot zich nemen. In de koude maanden echter, is hun bioritme trager gaan functioneren en is er praktisch geen voedselopname. Wanneer de karper gaat azen dan zal dit stukken voorzichtiger gaan dan in de zomer. Karpers teren in de winter op hun "vetreserve" die ze in de zomer hebben opgebouwd.

De verschillende seizoenen:
Viswateren verschillen onderling erg van elkaar, dit geldt ook voor het klimaat. Maar over het algemeen gezien, zal het gedrag van de karpers als volgt zijn:

Januari / Februari (winter):
Het overgrote deel van de vissen liggen stil op de bodem. We kunnen bijna spreken van een soort winterslaap. In deze tijd van het jaar zullen ze weinig voedsel tot zich nemen. Vooral in dieper water, treffen we de karper aan op de bodem van het diepste stuk. Waarschijnlijk omdat ze zich hier comfortabel voelen.

Maart / April (lente):
De dagen worden langzamerhand langer en de nachten korter, de gemiddelde lucht- en watertemperatuur stijgen weer naar hogere waarden, de karpers worden weer actiever en zullen weer op zoek gaan naar voedsel. In het begin eten zullen ze vooral planten en algen eten, dit om zo het darmsysteem te zuiveren. Het verdient aanbeveling om het aas waarmee wordt gevist hier ook op aan te passen. Wanneer de watertemperatuur constant boven de 10C blijft zal de vraag naar voedsel ook steeds groter worden.

Mei / Juni (voorjaar):
Het wordt weer langer licht en ook de temperatuur neemt langzamerhand weer toe. Hierdoor zullen de karpers vooral ondiepere stukken van het water opzoeken die door de zon worden opgewarmd. De lucht- en watertemperatuur zetten de karpers nu aan tot azen. Zodra de watertemperatuur in de buurt van de 20C komt en het een lange tijd zo blijft, zullen de karpers overgaan tot paaien. In de paaitijd wordt al het voedsel grotendeels genegeerd en is er alleen nog aandacht voor elkaar. Na het paaien daarentegen kunnen ware vreetpartijen losbarsten.

Juli / Augustus (zomer):
De karpers zullen sterk gaan azen, omdat er nog niet zoveel natuurlijk voedsel in het water is en de karpers hongerig zijn van het paaien. Zodra de watertemperatuur echter boven de 25C komt, stoppen de karpers weer met azen. Dit komt door het gebrek aan zuurstof in het water en de opbouw van afvalstoffen in het water. In deze tijd van het jaar, kunnen op bepaalde plaatsen echte vreetpartijen plaatsvinden. In de loop van de maanden zal het aanbod aan natuurlijk voedsel steeds meer toenemen en worden de karpers minder goed vangbaar.

September / Oktober (najaar):
De watertemperatuur zakt weer enigszins en onstuimig weer zorgt ervoor dat de karper zich gaat voorbereiden voor de winter. De karper zal ook constant op zoek zijn naar voedsel. Zodra de watertemperatuur weer onder de 10C komt te liggen houden de karpers op met azen. Alleen de kleinere karpers nog een tijdje doorgaan met azen omdat deze niet zo lang kunnen teren op hun vetreserve. Wanneer de watertemperatuur onder de 6-8C komt, dan zullen ook zij stoppen met azen.

November / December (winter):
De karpers gaan weer in winterslaap en zullen zeer weinig tot niet azen. De karper heeft in de winter zeer korte aasperioden, wat per water wel weer kan verschillen. Tevens hangt het erg af van de soort winter hoe of dat de karper aast. Bij een koude winter zal de karper veelal stil blijven liggen, om zo zo min mogelijk energie te verspillen. Uiteraard word er dan ook weinig gegeten. Bij een ietwat warmere winter zal de karper actiever zijn dan in een koude winter. De karper zal dan ook meer eten dan normaal. Hierdoor is de kans op het vangen van een karper ook vele malen groter.

Met dank aan Karper-vissers